Het oude gele landhuis

Gepubliceerd op 15 september 2026 om 00:11

Na een kopje thee met lavendelhoning in het huisje van Lee te hebben gedronken nam Lee zijn bezoek mee voor een rondleiding door het mooie stukje land waar hij sinds kort zijn huisje had staan. 
Bram en Juliette Eekhoorn vonden het maar wat leuk om alles even te bekijken en liepen gezellig met hem mee. 

Zo kwamen ze langs het stukje land waar Lee zijn nieuwe bijenkorven wilde plaatsen. Daar moest ie niet te lang mee wachten want het bijenvolkje was nogal ongeduldig in hun tijdelijke verblijf. De tuin was ook al bijna klaar. 

Daarna liepen ze langs de baai en bekeken het vrije uitzicht op zee. In de verte zagen ze kleine bootjes drijven. 

"Die zie ik elke dag," zei Lee, maar ze komen eigenlijk nooit dichterbij."

"Misschien als er hier wat meer drukte is, zal de baai wel meer opvallen." meende Bram. Juliette was het ermee eens.

Even voorbij de baai begon de weg iets omhoog te lopen, richting de heuvel waarop een heel oud geel huis stond. 
"Waarom ben je daar niet gaan wonen, Lee?"

"Mij niet gezien," zei Lee, "Dat huis is een bouwval, dat zul je zo wel zien. De tuin die erbij is, die had ik wel willen hebben, maar ja die hoort nu eenmaal bij dat huis." 

"Ja, dat is vast ooit een prachtige tuin geweest, maar daar is ook veel werk aan." zei Juliette. 

Ze liepen over het pad dat recht door de tuin liep. Bram bekeek het huis ook eens goed.

"Je hebt helemaal gelijk, Lee, wat een bouwval."

Bram probeerde de deur open te trekken maar hield de klink in zijn handen. Die brak spontaan af. 

"Ik zeg, slopen. Gewoon helemaal. Vanaf de grond weer opnieuw beginnen. Dan ben je waarschijnlijk sneller klaar."

"Ja toch, dat lijkt mij ook. Zonde van je tijd ook zo'n groot huis. Dan ben je alleen maar bezig met schoonmaken."

Op dat moment kwam er een nogal protserige koets aanrijden in de verte met zoveel herrie dat Lee en zijn vrienden allemaal tegelijk omkeken en verbaasd bleven kijken tot het rijtuig vlak voor hun neus tot stilstand kwam. 
Drie nogal kleine butlers met een grappig pluimpje op hun hoofd trippelden van de koets af en klapten een trappetje uit. De deur ging open en daar kwam in vol ornaat My Lady Kloekloek uit de koets. 

"Goedenmiddag!" zong ze bijna. "Hoe maakt u het allen?"
"Euhh wel goed mevrouw...?"

"My Lady Kloekloek," zei ze enigszins verontwaardigd. Hoe kon het dat de beste man niet wist wie zij was? 

"Mevrouw... " Bram maakte een buiging en Juliette boog haar hoofd en zakte een klein beetje door de knieën.

Lee bleef gewoon staan. 

My Lady Kloekloek maakte een beweging met haar vleugel richting het huis. Direct kwamen de drie butlertjes in een rijtje aangerend en liepen vooruit om de deur open te doen. 

"Dat zou ik niet doen," riep Bram hen na. Waarop My Lady Kloekloek op Bram afliep, "Waarom zegt u dat? Mijnheer ...?" 

"Bram, mijn naam is Bram Eekhoorn, en dit is Juliette." 

"Vertel eens mijnheer Eekhoorn, heeft u verstand van bouwtechnieken?"

"Ach wat heet verstand, ik knutsel wel graag."

"Wat een mooie bijkomstigheid is dit nu weer," vond My Lady Kloekloek. 

Ze wuifde weer even naar haar gevolg. Die kwamen direct in een rijtje aangesneld. 

"Geef de beste man vast een zak met noten, de rest krijgt ie als het huis klaar is. Ik kom morgen terug met de bouwtekeningen."

En voordat ze het wisten stonden Bram en Juliette met een royaal gevulde zak noten in hun pootjes en was de koets net zo snel weer weg als hij gekomen was.

"Het lijkt erop dat je voorlopig werk hebt," zei Lee.

"Ik?" lachte Bram. "Welnee."

Juliette wees op de jute zak. "Ga je die morgen weer teruggeven dan?" 

Tsja, daar had Bram nog even niet over nagedacht.